Burgeranalyse · Federaal register van subsidies · begrotingsjaar 2024
Terwijl werknemers besparingen op hun pensioen slikken en de regering miljarden zoekt, ligt er in de federale boekhouding een steunpost aan werkgevers van € 4,4 miljard per jaar — zwak gecontroleerd, zonder toets op noodzaak, en tien keer groter dan alle vrij schrapbare directe bedrijfssubsidies samen. Dit dossier volgt het geld, regel per regel.
€ 210.019.689.501Totaal van het register van subsidies 2024 — 9.378 betalingen, 8 categorieën
Gebaseerd op het officiële federale register van subsidies 2024, aangevuld met rapporten van het Rekenhof, het Federaal Planbureau en de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Alle bedragen zijn gecontroleerd tegen de brondata; de volledige berekeningen zitten in de bijgevoegde werkboeken. Dit is een opiniërend burgerdossier, geen officiële publicatie.
Deel 1 — Wat er in het register zit
Het woord "subsidies" in het register is misleidend breed. Van de € 210 miljard gaat bijna twee derde naar gezinnen: pensioenvoorschotten, sociale uitkeringen, tegemoetkomingen aan personen met een handicap. Tel daar de sociale zekerheidsinstellingen bij en ruim driekwart van dit register is het sociale vangnet. Wie roept dat "de subsidies" moeten sneuvelen, snijdt vooral daar.
Bron: Register van subsidies 2024, eigen aggregatie (zie werkboeken). De geel gemarkeerde categorie "Fiscale uitgaven" telt precies één rij — en dat is meteen de rode draad van dit dossier.
Deel 2 — De directe bedrijfssubsidies
De categorie "overdrachten aan bedrijven" oogt als de logische plek om te besparen: 426 betalingen, € 6,05 miljard. Maar wie de regelingen één voor één naleest, ziet het bedrag verdampen. Bijna € 2,1 miljard zijn dotaties aan de NMBS-groep en bpost — betalingen voor opgelegde openbare diensten, vastgelegd in beheerscontracten. € 918 miljoen is boekhoudkundige afschrijving van oninvorderbare sociale bijdragen. De betalingen aan banken als KBC, Belfius en ING zijn vergoedingen voor het uitvoeren van staatsinstrumenten voor exportkrediet, geen steun. En € 2,3 miljard verschuilt zich achter de nietszeggende omschrijving "diverse overdrachten" — een transparantieprobleem op zich.
Vrij beslisbaar
± € 432 mln
Regelingen zonder expliciete wettelijke of contractuele grondslag, verspreid over 56 posten. Reëel, maar 7% van de categorie.
Contractueel / wettelijk
± € 3,3 mld
NMBS, bpost, exportkredietvergoedingen, oninvorderbare bijdragen. Enkel aanpasbaar via heronderhandeling van contracten en wetten.
Ondoorzichtig
€ 2,3 mld
Verzamelposten "diverse overdrachten" zonder inhoudelijke omschrijving. Niemand kan beoordelen of hier besparingen in zitten — en dat is het probleem.
De intuïtieve vraag — waarom krijgt een bedrijf dat miljoenen dividend uitkeert nog overheidsgeld? — snijdt hier maar zelden hout. bpost keert al sinds boekjaar 2023 geen dividend meer uit en verloor 90% van zijn beurswaarde. Belfius en Ethias keren wél honderden miljoenen dividend uit, maar aan hun aandeelhouder: de Belgische staat en de gewesten zelf. De uitzondering die de regel bevestigt is Electrabel/Engie: € 60,6 miljoen subsidie voor de kernverlenging, terwijl moederbedrijf Engie miljarden aan zijn aandeelhouders uitkeert — maar ook die betaling zit vastgeklonken in het onderhandelde kernakkoord. Conclusie: wie winstgevende, dividend-uitkerende bedrijven met belastinggeld gesteund wil zien, moet niet in dit lijstje zoeken. Maar wel één categorie verder.
Deel 3 — De echte pot
De categorie "fiscale uitgaven" in het register bevat welgeteld één rij: vrijstellingen doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, € 4.385.000.000. Het mechanisme: je werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op je loon — een voorschot op jouw personenbelasting — maar mag onder dertien regimes een deel daarvan gewoon in eigen kas houden in plaats van door te storten aan de fiscus. Jij merkt er niets van: je nettoloon blijft gelijk en bij je aangifte wordt het volledige bedrag verrekend alsof het betaald is. Het gat valt niet in jouw loonbrief maar in de gezamenlijke kas.
Ploegen- en nachtarbeid
€ 1,87 mld
Grootste regime (cijfer 2021): 22,8 tot 25% van de lonen van ploegen- en nachtarbeiders blijft bij de werkgever. Bijna 19.000 ondernemingen.
Onderzoek & ontwikkeling
€ 1,33 mld
Voor onderzoekers met bepaalde diploma's (cijfer 2021). Grote afnemers: farma en technologie. Rekenhof: beheersproblemen niet opgelost, geschillen tussen fiscus en Belspo.
Teruggevorderd in 2023
€ 193 mln
Recordbedrag aan fout toegepaste vrijstellingen dat de fiscus moest terughalen. De aangifte bevat enkel totalen zonder detail — misbruik is volgens de fiscus zelf niet te vermijden.
Belangrijk om te weten: financiële moeilijkheden zijn geen voorwaarde. Geen enkel regime kijkt naar winst of verlies — de voorwaarden gaan over activiteiten: ploegenwerk, onderzoekers, opleiding, opstart. Sterker: bedrijven in vereffening of gerechtelijke reorganisatie worden van de startersvrijstelling uitgesloten, en de Europese staatssteunregels weren ondernemingen in moeilijkheden sowieso. Deze miljarden vloeien dus per constructie naar gezonde — vaak zeer winstgevende en dividend-uitkerende — ondernemingen, zonder dat iemand toetst of ze de steun nodig hebben.
Het Rekenhof auditeerde het systeem in 2019 en opnieuw in 2023: aanbevelingen deels niet uitgevoerd, controle structureel zwak, rechtszekerheid aangetast. Eén regime (seizoensarbeid in de fruitteelt) werd door het Grondwettelijk Hof vernietigd omdat het niet als staatssteun was aangemeld bij Europa — en in 2026 prompt opnieuw ingevoerd én uitgebreid. Vanaf inkomstenjaar 2027 komt er een "correctiefactor" die het voordeel gedeeltelijk afroomt: een stille erkenning dat het systeem te ruim is geworden. De raming voor 2025 staat op € 4,7 miljard.
Deel 4 — Zijspoor, maar te groot om te negeren
Dit dossier gaat in de eerste plaats over de bedrijfsvoorheffing, maar het plaatje is onvolledig zonder de andere grote fiscale gunstpost. Het Federaal Planbureau raamt de jaarlijkse fiscale kost van het bedrijfswagenregime op 3 tot 6 miljard euro, met een centrale raming van € 4,7 miljard in 2025, oplopend naar € 5,2 miljard in 2028. Meer dan 600.000 salariswagens rijden rond — 130% meer dan in 2007 — terwijl 86% van de werknemers er geen heeft. Twee kanttekeningen horen erbij: de raming is misgelopen belasting, geen bedrag dat je bij afschaffing integraal recupereert (gedrag verschuift), en het regime is volop in beweging door de verplichte vergroening. Maar de kern staat: ook hier wordt loon fiscaal gunstiger behandeld omdat het in natura wordt uitbetaald — een voordeel voor een specifieke groep, gedragen door iedereen.
Deel 5 — De weegschaal
De context waarin dit dossier geschreven is: de pensioenhervorming van de regering-De Wever, en een begrotingsoefening die de komende jaren miljarden moet vinden. Zet de twee kolommen naast elkaar.
De optelsom rechts komt in de buurt van € 10 miljard per jaar aan fiscale gunsten en ondoorzichtige stromen — dezelfde grootteorde als de hele begrotingsinspanning die de regering zichzelf oplegt. Niemand beweert dat je dat bedrag integraal kan ophalen: gedrag verschuift, een deel is verdedigbaar beleid, en abrupt schrappen schaadt jobs. Maar de vraag stellen mag: waarom is elke euro pensioen bevochten terrein, en elke euro fiscale gunst aan werkgevers verworven recht?
Deel 6 — De sterkste tegenargumenten, eerlijk weergegeven
"Zonder de vrijstellingen vertrekken de fabrieken en labo's naar het buitenland."
Deels waar: de Belgische loonkost is hoog en voor ploegenarbeid en onderzoekers is het voordeel een reëel concurrentie-element. Maar het argument is nooit per regime getoetst — hoeveel activiteit zou écht verdwijnen, en hoeveel wordt gewoon meegenomen? Het Rekenhof en het Planbureau vonden voor sommige fiscale O&O-instrumenten een lagere "bang for the buck" dan voor directe steun. Een eerlijke evaluatie kan het argument bevestigen waar het klopt en ontkrachten waar het niet klopt. Dat ze er nooit kwam, is veelzeggend.
"Dit is geen subsidie maar lagere belasting — de overheid geeft niets, ze neemt minder."
Boekhoudkundig een terecht onderscheid, budgettair niet: elke euro die niet binnenkomt moet elders gevonden worden. De overheid rekent fiscale uitgaven zelf mee als beleidsinstrument in de begrotingsbijlage — dit dossier doet niets anders.
"De pensioenhervorming was onvermijdelijk door de vergrijzing."
Dat de pensioenkosten stijgen is een feit; dat er iets moest gebeuren is breed gedragen. De kritiek hier gaat niet over het bestaan van de hervorming, maar over de asymmetrie: aan de uitgavenkant van werknemers wordt gedetailleerd en hard gestuurd, terwijl fiscale gunsten van vergelijkbare omvang zonder evaluatie doorlopen.
"Bedrijfswagens vergroenen het wagenpark en zijn deels functioneel."
Klopt allebei: de fiscaliteit duwt het park naar elektrisch, en de vertegenwoordiger heeft zijn wagen echt nodig. De kritiek richt zich op de salariswagen als verkapte loonvorm — en op de vraag of een vergroeningsdoel een permanent gunstregime van miljarden rechtvaardigt.
"Het discretionaire deel van de directe subsidies is maar 432 miljoen — peanuts."
Op zich juist, en dit dossier zegt dat ook: wie enkel naar de directe subsidielijst kijkt, zoekt op de verkeerde plek. Precies daarom verschuift de aandacht naar de fiscale uitgaven, waar de bedragen tien keer groter zijn en de transparantie kleiner.
Deel 7 — Wat er zou moeten gebeuren
1. Evalueer elk vrijstellingsregime afzonderlijk op bewezen effect, met publieke cijfers per regime en per sector — zoals het Rekenhof al in 2019 vroeg. Behoud wat werkt, schrap wat meeneemt.
2. Maak de controle sluitend. Een aangifte met enkel totaalbedragen zonder detail is een uitnodiging tot misbruik; € 193 miljoen terugvorderingen in één jaar bewijst het. Detailaangifte per werknemer is technisch triviaal.
3. Splits de verzamelposten uit. € 2,3 miljard onder "diverse overdrachten" hoort niet thuis in een register dat transparantie moet bieden. Elke betaling een omschrijving, elke regeling een rechtsgrond.
4. Weeg symmetrisch. Als een pensioenmalus tot op de gewerkte dag nauwkeurig wordt berekend, kan een fiscale gunst van € 4,4 miljard geen zwarte doos blijven. Wie besparingen vraagt van werknemers, moet dezelfde lat leggen langs de fiscale uitgaven.
Bronnen en data